‘Venenum in cauda est’ leerden wij tijdens een van de eerste lessen Latijn: het venijn zit in de staart. De lerares legde uit dat men met deze uitdrukking wilde zeggen dat aan het eind van een verhaal iets onaangenaams kan volgen, iets wat je op dat moment niet meer verwacht. Dat gevoel had ik toen ik in de Volkskrant de ingezonden brief van Erik Jurgens las (Opinie & Debat, 18 oktober).

Hij zegt te kunnen meevoelen met de pijn van dieren die lijden als zij ritueel, dus onverdoofd, worden geslacht. Maar deze pijn weegt volgens hem niet op tegen de pijn die mensen voelen als zij in zich in hun religieuze praktijken tekortgedaan voelen.

Daarbij is het voor hem vooral belangrijk dat hem niet verweten kan worden dat hij meegaat in anti-islamitische tendensen. Hij weet weliswaar niet zeker of deze tendensen ten grondslag liggen aan het wetsvoorstel tegen ritueel slachten, maar hij vindt het verdacht dat er juist nu sprake is van dierenliefde. Hij gaat er echter aan voorbij dat aandacht voor dierenwelzijn, natuur en milieu óók een belangrijke maatschappelijke tendens is en geen tijdelijke bevlieging.

De heer Jurgens is tolerant, precies zoals wij als volk al eeuwen te boek staan. Alle mensen moeten hun goddelijke gang kunnen gaan. En daarom is het van ondergeschikt belang dat uit naam van een geloof dieren nodeloos lijden. Of toch niet? In de laatste alinea spreekt hij de hoop uit dat religieuze praktijken zich ontwikkelen en dat zij zullen overgaan op verdoofd slachten. Kennelijk is hij van mening dat dieren lijden en dat dit niet nodig is. Het dierenleed dat veroorzaakt wordt door verschillende religies, is hem dus wel een doorn in het oog. Door de term ‘ontwikkeling’ te gebruiken, laat hij weten dat hij deze rituelen beschouwt als achterhaald. Dan is politieke correctheid kennelijk eerder de reden om minderheden met deze ingewikkelde spagaat te verdedigen.

De cynisch bedoelde uitsmijter raakt kant nog wal. Hiermee laat hij zien dat het hem worst zal wezen wat mensen dieren aandoen. Voor een beetje meer kan men in het buitenland terecht voor religieus verantwoord vlees, het verbieden van onverdoofd slachten zou slechts symboolpolitiek zijn. Zijn conclusie lijkt dan te zijn dat we in Nederland lekker moeten doorgaan met onverdoofd slachten, want dat is beter voor de portemonnee van de boeren en de minderheden. Een verhaal met een vreemd kronkelstaartje. Kan de schrijver uitleggen wat hij wil? Mij is het na het lezen van zijn brief niet duidelijk. Overigens ben ik van mening dat het nodeloos lijden van dieren voorkomen moet worden.