In de Volkskrant van 8 februari pleit onderwijscoach Tineke van Roozendaal voor een school voor funderend onderwijs voor kinderen van twaalf tot vijftien jaar. Eens in de zoveel jaar laait deze discussie op. Een paar jaar geleden wilde toenmalig minister Plasterk de schoolkeuze voor het middelbaar onderwijs ook uitstellen. Geen goed idee. In deze discussie worden namelijk telkens twee groepen kinderen over het hoofd gezien. De kinderen die op de basisschool net aan kunnen meekomen en vaak op de tenen moeten lopen, en de kinderen die (hoog)begaafd zijn.

Voor beide groepen is uitstellen van de keuze voor het middelbaar onderwijs niet zinvol. Kinderen die sportief, creatief of handig zijn maar niet goed kunnen leren, zijn uiteindelijk beter op hun plek op een school waar je kunt kiezen voor een sportklas of voor het leren van praktische vaardigheden. Uitblinken kun je op verschillende terreinen, al hebben praktische vaardigheden helaas aan status ingeboet. Jaren geleden is de lts afgeschaft, omdat er alleen waarde werd toegekend aan theoretische vakken. Gelukkig zijn er inmiddels initiatieven ontstaan voor praktijkscholen waar kinderen een vak kunnen leren onder begeleiding van goede praktijkdocenten. Talent hebben is namelijk meer dan goed kunnen leren. Het beste uit een kind halen betekent dan ook niet plaatsing op een zo hoog mogelijk schooltype, maar het vinden van ieders specifieke talent of passie.

Ook voor kinderen die goed kunnen leren, is uitstel van keuze voor een middelbare school niet prettig. Doordat groepen op de basisschool groot zijn en de leerkrachten naast hun werk in de klas aandacht moeten besteden aan kinderen met leer- en/of gedragsproblemen, blijft er begrijpelijkerwijs weinig tot geen tijd over voor de begeleiding van (hoog)begaafde kinderen. Daarnaast is goed kunnen leren nog steeds een reden om uitgesloten of gepest te worden. Gelukkig kunnen deze kinderen op hun twaalfde jaar en soms zelfs eerder, doordat een of meer klassen zijn overgeslagen, naar het atheneum of het gymnasium, waar het lesaanbod beter aansluit op hun behoeften en waar ze niet de enigen zijn die goed kunnen leren. Veel kinderen kunnen haast niet wachten tot het zover is. Helaas zijn er ook (hoog)begaafde kinderen voor wie de jaren op de basisschool te lang duren. Zij hebben het inmiddels al opgegeven en gaan onderpresteren, waardoor ze niet eens meer terechtkomen op scholen waar ze gezien hun intelligentie thuishoren.

In de discussie over Nederland als kennisland wordt dit probleem nooit benoemd. We laten kansen liggen om talent te ontwikkelen, zowel bij kinderen die praktische, creatieve of sportieve talenten hebben als bij kinderen die behoefte hebben aan verrijking en verdieping van de theoretische lesstof. Gelijkheid is niet synoniem aan gelijkvormigheid. Gelijkheid betekent: ieder kind kansen geven, op welk gebied zijn talenten ook liggen. Juist daarom zou de keuze voor een middelbare school niet moeten worden uitgesteld tot het vijftiende jaar.